Zorg

Klanken leren met cochleair implantaat

Anita Wagner onderzoekt in het UMCG hoe mensen met een cochleair implantaat (CI) opnieuw leren horen en praten, om in de toekomst nieuwe CI-dragers ondersteuning te kunnen geven die past bij het individu.

oor

Het leren van een vreemde taal is moeilijk, weet Anita Wagner. De van oorsprong Poolse onderzoeker werkt sinds 2013 in het UMCG en verhuisde destijds naar Groningen. Maar een gesprek over haar onderzoek doet ze liever in het Engels – het Nederlands beheerst ze nog niet goed genoeg, vindt ze zelf. Als taalwetenschapper weet ze wat het leren van een nieuwe taal vergt: “Je moet het willen leren. Je moet er tijd aan willen besteden en moeite voor willen doen”, zegt ze.

Leren onderscheid maken

Tijd en moeite, dat kost het mensen met een cochleair implantaat (CI) ook om te kunnen horen en praten. Een CI is een hulpmiddel voor dove en zeer slechthorende mensen. Het is een klein apparaatje dat aan het hoofd wordt bevestigd en met elektroden verbinding legt met zenuwvezels.

Maar omdat de elektroden het geluid slechts gedeeltelijk overzetten, horen mensen met een CI niet zoals normaal-horenden. En dat is wennen. “Mensen met een CI moeten leren om onderscheid te maken tussen alle geluiden die ze horen: hun eigen stem en die van anderen, maar ook stemmen en omgevingsgeluiden als verkeer of gerammel van bestek. En in deze herrie moeten ze ook nog verschillende spraakklanken kunnen onderscheiden”, legt Wagner uit.

Zoeken naar bekende klanken

Wagner onderzoekt hoe mensen met een CI die opnieuw leren horen en praten. “In Nederland plaatsen we meestal een CI bij mensen die tijdens hun leven doof zijn geworden, en dus ooit hebben geleerd te praten, met een CI. “Ze moeten leren om de ‘taal’ van het CI te begrijpen. Dat is te vergelijken met het leren van een nieuwe taal.”

Over het begrijpen van taal is al veel bekend, zegt Wagner. Mensen die een nieuwe taal leren zoeken bijvoorbeeld altijd naar bekende klanken. “Het wordt moeilijk als een nieuwe taal een klank heeft die niet voorkomt in je eigen taal”, zegt Wagner. “Zo is er in het Pools geen verschil tussen de ‘a’ zoals in stad, en de ‘aa’ als in staat – dat maakt het voor mij moeilijk om het onderscheid tussen deze twee woorden te maken.”

Maar in hoeverre geldt dat ook voor mensen die opnieuw moeten leren horen met een CI? Hoe goed horen zij het onderscheid tussen bepaalde klanken, tussen alle ruis door?

Schild, schildpad, schilder

Wagner testte dit bij een aantal CI-dragende proefpersonen. Ze liet ze een woord horen en toonde daarbij verschillende plaatjes: van het woord, maar ook woorden die daar erg op lijken. Met een apparaat dat de kijkrichting van het oog kan meten legde ze vast naar welk plaatje de persoon het eerste keek en op welk moment ze dat doen. “Iedereen denkt altijd dat je eigen taal leren gemakkelijk is. Maar ze vergeten daarbij dat je hier de eerste jaren van je leven mee bezig bent. Het kost wel moeite – je bent je er op latere leeftijd alleen veel meer van bewust.”

cochleair implantaat

Onderscheid tussen klanken

“Normaal-horende mensen maken heel snel onderscheid tussen de klank van woorden. Neem de woorden schild, schildpad en schilder: het eerste deel van de woorden is hetzelfde, maar in de uitspraak zit een nuance waardoor mensen al weten over welk woord het gaat voor het helemaal is uitgesproken.”

Wagner vervolgt: “Wat we willen weten is of mensen met een CI dat genuanceerde onderscheid ook maken. Hoe gevoelig zijn ze voor klanken? Horen ze over welk woord het gaat en kijken ze dus meteen naar het goede plaatje?”

De pupilgrootte van de personen geeft daarnaast ook veel informatie. “Bij normaal-horenden zien we dat de pupil heel even groter wordt als ze een plaatje bij een woord zoeken, en dat vervolgens de pupil weer kleiner wordt. Wanneer het iemand veel moeite kost om het goede plaatje bij het woord te vinden, dan blijft de pupil groot.”

Steeds gemakkelijker

Zo leerde Wagner dat het veel moeite kost om te leren luisteren met een CI. “We zagen duidelijke verschillen in de pupilgrootte van de CI-dragende proefpersonen en van de normaal-horende proefpersonen.”

Maar ze zag ook dat die moeite minder wordt naarmate een persoon meer gewend raakt aan het CI. “Je leert stemmen herkennen en je leert wat omgevingsgeluiden zijn. Daarmee wordt het luisteren naar woorden steeds gemakkelijker.”

Ook deed Wagner onderzoek met behulp van een EEG, dat de hersenactiviteit van een persoon meet. “Dit onderzoek gaat niet over het begrijpen van een enkel woord, maar van de samenhang van een hele zin. We lieten iedereen een zin horen die niet logisch is. Als iemand merkt dat de zin raar is, dan reageren de hersenen en dat is terug te zien in een EEG. Maar bij iemand die niet begrijpt dat de zin onlogisch is, zie je die reactie niet.”

ci2

Kiezen om niets te horen

Door in kaart te brengen waar CI-dragers moeite mee hebben bij het leren horen met een CI, hoopt Wagner in de toekomst nieuwe CI-dragers ondersteuning te kunnen geven die past bij het individu.

“Ik wil graag dat de CI aan de verwachtingen van de drager voldoet. Dat is nu helaas nog niet altijd het geval. Sommige mensen hebben zo veel moeite met het horen met een CI en het onderscheid maken in klanken dat ze de CI zelfs uitzetten – en er dus voor kiezen om niets te horen.”

Een CI kan dus een prachtig hulpmiddel zijn, als je er goed mee leert luisteren. Net als bij het leren van ene vreemde taal geldt ook hier dat de een het sneller onder de knie krijgt dan de ander. “De moeite die iemand doet om iets nieuws te leren is heel persoonlijk. Wat de een als zeer veel moeite betiteld, kan de ander als ‘gewoon’ beschouwen. Bovendien gaat het bij de een gemakkelijker dan de ander.”

Geluid van een CI als moedertaal

Wagner kijkt met belangstelling naar een nieuwe ontwikkeling: het UMCG plaatst ook CI’s bij baby’s. “Voor deze kinderen wordt het geluid van een CI, met alle ruis die daarbij komt kijken, de moedertaal. Zou het voor hun vanzelfsprekend zijn om goed onderscheid te kunnen maken tussen stemmen en omgeving? Daar ben ik heel benieuwd naar.”

Moeiteloos zal het niet zijn.  “Iedereen denkt altijd dat je eigen taal leren gemakkelijk is. Maar ze vergeten daarbij dat je hier de eerste jaren van je leven mee bezig bent. Het kost wel moeite – je bent je er op latere leeftijd alleen veel meer van bewust.”

Bovendien, zo weet Wagner zelf ook: als volwassene heb je zoveel meer te doen. “Een nieuwe taal leren betekent ook dat je er soms dingen voor moet laten. Hoe meer je bereid bent om je te committeren, hoe beter je leert. Ik geef andere dingen voorrang – mijn werk, mijn gezin, leuke dingen doen met vrienden – en dus spreek ik nog niet vloeiend Nederlands.”

Dit is een bijdrage van Kennis In Zicht

Ontvang GRATIS tips over gezond leven, recepten en trends.

Meld je nu aan voor de wekelijkse Gezondheid&Co email update en mis niets. Helemaal gratis in je inbox.

Reageer

Ga het gesprek aan (0 reacties)
Carina Twerda Carina Twerda is een enthousiaste redacteur die de veertig nadert. Schrijven, lezen en recepten uitproberen zijn haar hobby's. Je maakt haar dan ook ontzettend blij met een kookboek. Ook heeft ze onlangs haar wandelschoenen onder het stof vandaan gehaald en probeert ze meer te bewegen. Contact Mail Tweet Berichten 3615 Alle berichten van