Alvleesklierkanker: een verraderlijke ziekte

Alvleesklierkanker is kanker van de alvleesklier ook wel aangeduid met pancreascarcinoom of pancreaskanker. Het verraderlijke van deze kankersoort is dat hij vaak te laat wordt ontdekt en er dan geen genezing meer mogelijk is.

alvleesklierkanker

Alvleesklierkanker

Klachten ontstaan vaak pas als de tumor ook andere organen is binnengedrongen of er doorgroei is in zenuwbanen rondom de alvleesklier. Doordat de ziekte vaak pas wordt ontdekt als er dus al uitzaaiingen zijn, is het veel vaak niet meer mogelijk om te genezen. Uitzaaiingen kunnen ook ontstaan in lymfeklieren in de nabijheid. Verder kan de alvleesklierkanker via het bloed uitzaaien naar botten, lever of longen.

Alvleesklier

De alvleesklier is orgaan dat boven en achterin de buik ligt. Het is een klier met een kop (dat deel ligt onder de lever, tegen de 12vingerige darm), een lichaam ( dat deel ligt achter de maag) en een staart (dit ligt dichtbij de milt). De alvleesklier of pancreas produceert:

  • Enzymen (worden gemaakt in exocriene klieren) en zijn nodig voor de vertering van voedsel
  • Hormonen (worden gemaakt door endocriene klieren) en zijn nodig voor de stofwisseling, de spijsvertering en de werking van de darmen. In de alvleesklier wordt bijvoorbeeld insuline gemaakt, die regelt hoeveel suiker zich in het bloed bevindt. Maar er wordt ook glucagon gemaakt in de alvleesklier. Die verlaagt niet de bloedsuiker zoals insuline, maar verhoogt de bloedsuiker.

Als het fout gaat

Maar als het fout gaat in de alvleesklier en cellen ongecontroleerd gaan groeien en niet worden tegengehouden door het eigen verdedigingssysteem, kan er dus alvleesklierkanker ontstaan. Mannen krijgen de ziekte veel vaker dan vrouwen (twee keer zo vaak) en de kanker komt vooral voor bij mensen vanaf 45 jaar.

Meerdere soorten

Overigens is er niet 1 soort alvleesklierkanker: er kunnen verschillende soorten kanker ontstaan in de alvleesklier. Dit komt omdat er zoals hierboven beschreven verschillende soorten cellen in deze klier zitten, die ook uitgroeien tot verschillende soorten kanker. De meest voorkomende is kanker van de exocriene klieren ook wel de afvoerbuizen genoemd. Dit adenocarcinoom kan dan vervolgens weer in verschillende delen van de alvleesklier zitten. Meestal is dat overigens (in 75 procent van de gevallen) in de kop van de alvleesklier.  Kanker in het lichaam van de alvleesklier komt veel minder voor:  in 15 tot 20 procent van de gevallen. En bij 5-10 procent van de patiënten gaat het om kanker in de staart van de alvleesklier.

  • adenocarcinoom, ontstaat in de afvoerbuisjes en is de meest voorkomende tumor in de alvleesklier
  • acinaircelcarcinoom, ontstaat in cellen die enzymen maken en is heel zeldzaam
  • pseudopapillaire tumor, heet ook wel Hamoudi-tumor en komt heel weinig voor
  • neuro-endocriene tumor (NET), ontstaat in de neuro-endocriene cellen en is zeldzaam
  • als iemand de zeldzame erfelijke zieke MEN 1-syndroom heeft, kan er een tumor in de alvleesklier ontstaan
alvleesklierkanker

Zeldzame vormen

Verder zijn er nog veel zeldzamere vormen van alvleesklierkanker als het Acinaircelcarcinoom (ontstaat in cellen die enzymen maken), Hamoudi tumor (vaak een goedaardig gezwel met wel een goede prognose die vaak voorkomt bij vrouwen van tussen de 20 en 40 jaar en Neuro-endocriene tumor (kanker die overal in het lichaam kan voorkomen, maar vooral in het maag-darmkanaal).

Klachten alvleesklierkanker

De klachten bij alvleesklierkanker kunnen heel uiteenlopend zijn, omdat het af hangt van waar de tumor zit, hoe groot de tumor is en welke organen er door de tumor worden aangetast. Mensen die alvleesklierkanker hebben, kunnen last hebben van:

  • Pijn boven of midden in de buik of rug die wordt omschreven als zeurderig.
  • Geen consistente ontlasting: verstopping of ontlasting die er als een vettige brei uitziet
  • Donkere plas
  • Geen honger
  • Afvallen zonder duidelijke oorzaak
  • Geelzucht
  • Jeuk
  • Opgeblazen gevoel
  • Veel moeten boeren
  • Misselijk zijn en overgeven
  • Problemen met slikken. Gevoel alsof het eten niet weg wil
  • Vermoeidheid en geen zin meer om dingen te ondernemen (vaak ook door problemen met de galwegen zoals een afsluiting van de galwegen). De grote galbuis loopt namelijk door de kop van de alvleesklier en zit daar een kankergezwel voor dan blijft de gal staan in de galwegen, de galblaas en de lever. Dit kan daarnaast ook nog leiden tot misselijkheid, overgeven en diarree. Ook kan er hele dunne, of hele lichte of zelfs witte ontlasting ontstaan door deze blokkade. Ook kan geelzucht ontstaan omdat het bloed de galkleurstof die de lever dan overspoeld opneemt. De huid en de ogen kleuren daardoor geel. Ook kan iemand daardoor overal jeuk krijgen. Ook kan donkere plas ontstaan, omdat de nieren ook een deel van de galkleurstof opnemen door het bloed te filteren.
alvleesklierkanker

Geelzucht

Geelzucht kan dus een signaal zijn dat iemand alvleesklierkanker heeft. Vaak zit die tumor dan in of rond de kop van de alvleesklier. Door die geelzucht wordt de kanker daar vaker ontdekt dan bijvoorbeeld in het lichaam of de staart van de alvleesklier. Vaker, maar dan dus vaak ook sneller.

Oppassen met deze symptomen

Er zijn in een eerder stadium ook klachten of risico’s die kunnen wijzen op alvleesklierkanker. Dit zijn:

  • Het krijgen of al hebben van diabetes mellitus (suikerziekte). Meer over lezen kan hier
  • een ontsteking van de alvleesklier

Meer kans op alvleesklierkanker

Hoewel nog steeds niet duidelijk is hoe alvleesklierkanker precies ontstaat, zijn er wel een aantal zaken die de kans op de ziekte doen toenemen. Dat zijn: roken, veel alcohol drinken en diabetes type 2. Ook zouden een vetrijk dieet, overgewicht en zwaarlijvigheid de kans op alvleesklierkanker verhogen. Ook mensen met alvleeskliercystes hebben een verhoogd risico op alvleesklierkanker. Een cyste is een holte gevuld met vocht.

Verder speelt erfelijkheid een rol in ten minste 5 procent van de patiënten, in families waar alvleesklierkanker voorkomt, hebben mensen daar ook een grotere kans op. Ook mensen die een melanoom hebben die erfelijk is, hebben meer kans om alvleesklierkanker te krijgen. Personen met de ziekte van von Hippel Lindau hebben daarnaast ook een kleine kans om alvleesklierkanker krijgen.

Mannen krijgen iets vaker alvleesklierkanker dan vrouwen.

alvleesklierkanker

Oorzaken

Hoe alvleesklierkanker ontstaat is vaak onduidelijk. Wel is bekend dat bepaalde zaken de kans erop kunnen vergroten:

  • alvleesklierontsteking die niet overgaat
  • roken
  • alcohol drinken
  • diabetes type 2 hebben
  • alvleeskliercystes hebben

Onderzoeken voor diagnose

Er zijn diverse onderzoeken die aan kunnen tonen of iemand aan alvleesklierkanker lijdt. Overigens wordt het niet altijd direct duidelijk dat het om die ziekte gaat. Methoden die kunnen worden ingezet zijn:

  • Echo (onderzoek met geluidsgolven)
  • CT-scan waarbij organen en of weefsel in detail in beeld worden gebracht Een CT-scan is een onderzoek met röntgenstralen.
  • ERCP. Met behulp van een endoscoop die door de mond wordt ingebracht en via de slokdarm en de maag in de twaalfvingerige darm uitkomt worden beelden gemaakt. Vervolgens brengt de arts via de holle endoscoop een dunne slang (katheter) in de twaalfvingerige darm. Deze katheter kan tot in de galwegen of alvleeskliergang worden opgeschoven. Via de katheter spuit de arts contrastvloeistof in de galwegen en/of de afvoergang van de alvleesklier. Vervolgens kan de arts een röntgenfoto maken, waarop de galwegen en eventueel de afvoergang van de alvleesklier in beeld kunnen worden gebracht en eventuele afwijkingen zichtbaar zijn. Ook kunnen met deze methode direct ingrepen worden verricht zoals het verwijderen van een galsteen.
  • PET scan. Een PET-scan kan worden uitgevoerd om bijvoorbeeld uitzaaiingen aan te tonen. Kankercellen gebruiken meer suiker dan normale cellen. Bij een PET scan wordt daarom radioactief suiker in het bloed ingespoten. De plaatsen waar kankercellen zich bevinden, kunnen zo worden opgespoord. Meestal wordt een PET-scan gecombineerd met een CT-scan of MRI-scan.
  • Endo-echografie: hierbij wordt een endoscoop via de mond ingebracht en worden grootte, ligging en het mogelijk doorgroeien van de tumor in ander weefsel in kaart gebracht.
  • MRCP, is een MRI-scan van de galwegen en afvoergang van de alvleesklier. Bij een MRI-scan wordt een serie gedetailleerde afbeeldingen gemaakt met behulp van een sterk magnetisch veld.
  • Laparoscopie: dit is een kijkoperatie onder narcose waarbij via een kijkbuis (via sneetjes in de buik) in de buikholte worden gekeken en kunnen er biopten (kleine hapjes uit het verdachte weefsel) worden genomen om ze later te onderzoeken.
  • Laboratoriumonderzoek. In bloed kan geelzucht en diabetes worden aangetoond. Maar ook ontstekingswaarden en het verdere functioneren van de organen is te meten in het bloed.

Prognose alvleesklierkanker

In Nederland krijgen jaarlijks 2.400 mensen de diagnose alvleesklierkanker. De prognose is extreem slecht. De helft overlijdt binnen enkele maanden en vijf jaar na diagnose is nog slechts zo’n 6% van alle patiënten in leven. Alvleesklierkanker komt vooral voor op oudere leeftijd; minstens de helft van de patiënten is ouder dan 70 jaar.

Behandeling

Bij het opstellen van een behandelplan voor alvleesklierkanker zijn verschillende factoren belangrijk: het stadium van de aandoening, de plaats, grootte en vorm van de tumor en je lichamelijke conditie. Afhankelijk van deze factoren zijn er verschillende behandelopties:

  • operatie
  • stentplaatsing
  • chemotherapie
  • radiotherapie ( bestraling)
  • PTC drain. Soms krijgen doktoren de galweg niet open met een operatie of een stent. Dan plaatsen ze een slangetje in de buikwand om zo gal af te voeren. Dit heet een PTC-drain.

Operatie

Een operatie is de enige mogelijkheid om alvleesklierkanker volledig te genezen. Het doel van een operatie is om de tumor met aangrenzend weefsel te verwijderen. Dit is alleen mogelijk als de tumor plaatselijk niet te ver uitgebreid is en er ook geen uitzaaiingen naar andere organen zijn. Hierdoor is een operatie slechts bij een deel van de patiënten mogelijk. Het AMC heeft de meeste ervaring met deze operaties in Nederland.

Tijdens de operatie worden de kop van de alvleesklier, de galblaas, de twaalfvingerige darm en een deel van de galwegen verwijderd. Ook worden lymfeklieren rondom de alvleesklier verwijderd. Deze operatie wordt een Whipple operatie genoemd, of Pylorus Preserving Pancreatico Duodectomie (PPPD). Vervolgens worden alle organen weer met de darm verbonden zodat de verteringsappen weer bij het voedsel kunnen komen. Deze operatie is ingrijpend en duurt gemiddeld 4 uur. Het is daarom belangrijk dat uw conditie goed is.

Stentplaatsing

Het kan bij alvleesklierkanker voorkomen dat de tumor de galwegen dicht drukt. Een blokkade van de galafvoer kan worden opgeheven door een metalen of kunststof buisje (stent) te plaatsen in de galweg. Dit gebeurt tijdens een ERCP. Het buisje duwt de galwegen weer open en hierdoor kan het gal weer naar de dunne darm stromen. Voor het plaatsen van een stent hoeft u niet opgenomen te worden in het ziekenhuis.

Soms kan het voorkomen dat het niet meer mogelijk is om een stent te plaatsen. In dit geval zal een Percutane Transhepatische Cholangiografie Drainage (PTCD) worden aangelegd. Dit wordt ook wel een galwegdrainage genoemd. Voor deze behandeling krijgt u een verdoving en een roesje.

Chemotherapie

Chemotherapie is een behandeling die als doel heeft kankercellen te doden. Bij alvleesklierkanker is de behandeling met chemotherapie vaak palliatief, dat wil zeggen dat de behandeling zich vooral richt op het remmen van de groei van de tumor. Hierdoor verminderen de klachten. Bij sommige patiënten wordt de chemotherapie ingezet na een operatie. Het doel van deze behandeling is om eventueel achtergebleven niet-waarneembare tumorcellen te doden.

Er zijn verschillende soorten chemotherapie. Chemotherapie kan als enkelvoudig middel, maar ook in combinatie gegeven worden. De meeste chemotherapie wordt toegediend via een infuus. De frequentie van toediening is afhankelijk van het soort chemotherapie.
Chemotherapie kan naast kankercellen ook gezonde cellen aantasten. Daardoor kunnen bijwerkingen optreden. Vaak voorkomende bijwerkingen zijn haaruitval, misselijkheid, darmstoornissen, vermoeidheid en een verhoogd risico op infecties. De bijwerkingen zijn voor iedere chemotherapie verschillend en zullen ook per persoon verschillen.

Radiotherapie

Radiotherapie heeft bij de behandeling van alvleesklierkanker een beperkte rol. Soms kan radiotherapie in combinatie met chemotherapie de tumor verkleinen. Ook kan radiotherapie belangrijk zijn om pijnklachten te behandelen.

Tijdens radiotherapie wordt de tumor radioactief bestraald van buitenaf. Kankercellen kunnen slechter tegen de straling dan gezonde cellen. Door de radioactieve straling raken de tumorcellen beschadigd en gaan ze kapot. Door de radiotherapie wordt de tumorgroei verminderd en is er een mogelijkheid dat de tumor kleiner wordt.

De straling wordt zo veel mogelijk gericht op de tumor. Het is echter niet te voorkomen dat ook gezonde cellen worden bestraald. Hierdoor krijg je te maken met bijwerkingen. Over het algemeen zorgt radiotherapie vaak voor vermoeidheid. Daarnaast kan de bestraalde huid rood worden. Dit gaat gepaard met jeuk en een branderig gevoel. Bij bestraling in het gebied van de maag worden patiënten vaak misselijk

Radiotherapie vindt doorgaans meerdere keren per week plaats, gedurende enkele weken. Opname in het ziekenhuis is niet nodig.