Moediger dan ik – Column longarts Sander de Hosson

Met ingehouden adem loop ik ver na reguliere werktijd, precies op het afgesproken tijdstip naar de longafdeling, waar een van mijn patiënten ligt te wachten. Ik herhaal de vraag die mij al dagenlang een groot deel van mijn nachtrust heeft gekost: ,,Ga ik dit echt doen?’’ In de krant zie ik steeds vaker dat mensen schrijven over euthanasie alsof het voor een dokter de gewoonste zaak van de wereld is.

2012-05-13 00:00:00 ILLUSTRATIE - Een datum is gepland in de agenda voor euthanasie. ANP XTRA ROOS KOOLE
ANP XTRA ROOS KOOLE

Euthanasie

Alsof het ‘er gewoon even bij hoort’. Dat je kunt vragen om euthanasie en dat de arts die dan wel even regelt, dat de procedure een formaliteit is. Het gemak waarmee soms gedacht wordt over deze ingrijpende procedure voor de betrokken partijen, verbaast mij steeds weer. Laat mij duidelijk zijn, ik ben zeker principieel voorstander van euthanasie, mits op goed afgewogen gronden. Slechts zelden lees ik over de arts die een euthanasie uitvoert. Over mijzelf. Over de heftigheid van de procedure. De impact die het op jezelf heeft.

Alles dat op mijn werk gebeurt, vervaagt in de korte rit terug naar huis. Longkanker, een slechtnieuwsgesprek, de dood, ook palliatieve sedatie. Elke dag. Gelukkig maar. Euthanasie is een grote uitzondering. De beelden van elke casus waarbij ik betrokken was, blijven hangen. De gedachten aan mijn handelen rond dit bijzonder medisch handelen willen niet uit mijn hoofd. Als een stenograaf kan ik alle euthanasiecasussen oproepen waar ik tot nu toe bij betrokken ben.

Afscheid

Veelal mooie beelden van een waardige dood. Een prachtig afscheid. Maar ook rauwe beelden van het plannen van een tijdstip en vooral – ja vooral – de loodzware wandeling op het moment van de afspraak. De oudere meneer in kwestie ken ik al ruim een jaar. Ik begeleid hem op mijn polikliniek met een allerverschikkelijkst longfalen. De gedeeltelijk mislukte poging tot longrevalidatie was vrij geruisloos overgegaan in morfinetabletjes. Zijn gewicht was een puinhoop. De laatste tijd gaat het erg achteruit en met name de nachten zijn erg benauwd.

,,Een schim van de man die hij ooit was’’, had zijn dochter metaforisch uitgelegd en ik kon haar onmogelijk ongelijk geven. De benauwdheid had hem angstig gemaakt. Er waren gesprekken gevoerd door een psycholoog, een geestelijk verzorger. Uiteindelijk kreeg hij ook pillen tegen de angst.

Euthanasie
Foto: NDC Mediagroep/ Siep van Lingen

Scen arts

Tijdens zijn huidige opname was het hoge woord eruit gekomen: ,,Wilt u mij een spuitje geven? Maak mij dood, want zo kan ik niet langer.’’ Ik had de huisarts gebeld. Deze bevestigde het verzoek dat ook daar al was gedaan en faxte een verklaring. Een SCEN-arts (Steun en Consultatie bij Euthanasie in Nederland) kwam. Akkoord. Twijfel bij mij: ,,Was dit de weg naar de beste palliatie, naar het beste levenseinde? Hoe sta ik er zelf eigenlijk in?’’ Ik moest hem nog eens zien. De man.

Grauw. Benauwd. Vastberaden. Moediger dan ik. Hij had me indringend aangekeken toen ik er nog eens over begon. Zijn antwoord stond in de uitdrukking van zijn ogen. Daar vond ik de invoelbaarheid van dit ondraaglijke lijden, de bevestiging waarnaar ik op zoek was.

Terwijl ik de longafdeling oploop, is deze compleet uitgestorven. Het lijkt wel alsof iedere patiënt en iedere verpleegkundige op deze doorgaans luidruchtige afdeling met dit moment en met deze patiënt bezig is. Ze hebben zich vast ademloos achter de kamerdeuren en in de toiletten verscholen, fantaseer ik. Vanuit hun schuilplaats volgen zij mijn gangen.

Koffie

In de overdrachtsruimte tref ik de keukenzuster. Weinig woorden, zo veel steun. ,,Kom straks een kop koffie drinken.’’ Het kamertje achter in de gang. De verpleegkundige, vrijwillig opgegeven voor deze dienst, gaat me voor. ,,Eindelijk’’, zegt hij. Ik heb me op dit moment voorbereid, maar wat moet je in godsnaam zeggen? De oudere meneer maakt korte metten met mijn onzekerheid. ,,Ga zitten!’’ Hij pakt vol trots een prachtige fles. ,,Saint-Émilion Grand Cru 2007. Ik ga in stijl.’’ We wisselen wat zinnen, ontspanning, humor. Zijn dochter staat met tranen in de hoek.

wijn

Zo intiem

Bijna vaderlijk neemt hij mij de regie uit handen. ,,Doe het maar’’, moedigt hij mij aan. Ik prevel onsamenhangende dingen over ‘sterkte en succes’. Volslagen belachelijk. Zijn ogen glimmen. Zijn dochter pakt hem vast. Een kus, twee op elkaar lijkende handen samengevouwen. Hij spreekt zachte woorden die alleen zijn dochter en ik kunnen opvangen. Ze zijn zo mooi en zo intiem dat ik meteen bedenk ze nooit meer hardop te herhalen.

Ik geef het eerste middel en deins terug. ,,Slaapt hij? Hij slaapt.’’ Mijn hart lijkt over te slaan, sneller, langzamer. Zweethanden. Fragmenten van gedachten. Flitsen. Een klok. De tijd. Stilte. Bomen buiten. Wind. De hand van de verpleegkundige, een spuit, vloeistof. We trillen. Het tweede middel, ik spuit het in. Daar gaat het; heel snel. Ik heb het gedaan. Het is gebeurd.

Bang

Ik ben bang. Bang dat hij niet zal doodgaan. Of eigenlijk ben ik vooral bang dat hij wel zal doodgaan. Bizarre, verwarrende gedachten. Paradoxaal. Zijn ogen staan wijd open en kijken me aan. Zijn ademhaling wordt rustiger, stokt. Ineens, echt in fracties van seconden, veranderen die zo rustgevende ogen van vorm en kleur. Van helderblauw worden ze troebel. Zijn gelaatskleur verandert ook; hij is dood.

De keukenzuster schenkt koffie in de keuken van de nog steeds totaal verlaten, in avondschemer gehulde afdeling. Een gespannen stilte op zo’n prachtige avond. In de verte de geluiden van een druk terras, gelach. Kinderen die voetballen op het plein. Het mooie leven. Een arm op mijn schouder. ,,Het is goed.’’

koffie, diabetes

Bizar

Met haar overdenk ik de bizarre gebeurtenissen van de afgelopen 15 minuten. Rationeel voelt het zo goed, maar gevoelsmatig sta ik in lichterlaaie. Bluswerkzaamheden. Al snel komt de assisterende verpleegkundige binnen. Mijn collega die gebleven is. Een bijzondere samenzwering in de keuken. ,,The hell met het protocol’’, hoor ik mezelf zeggen. Ik trek de kurk los. Met z’n vieren drinken we op zijn uitdrukkelijk verzoek de fles wijn die hij heeft klaargezet. Op zijn leven. Op zijn dood.

Euthanasie. Een onderdeel van het vak als specialist of als huisarts. Als ik naar huis rijd, bedenk ik dat ik de nacht ervoor nooit goed zal slapen. Nooit zal ik vinden dat het ‘er gewoon bij hoort’. Nooit zal het een formaliteit zijn. Want dat is het niet.

Sander de Hosson (1977) uit Groningen is longarts in het Wilhelmina Ziekenhuis Assen, met als specialisaties longkanker en palliatieve zorg. Elke maand schrijft onder de titel ‘Op leven en dood’ persoonlijke verhalen gebaseerd op eigen ervaringen.