Symptomen carpaal tunnelsyndroom en de behandeling

Het carpaal tunnelsyndroom is een aandoening die veroorzaakt wordt door een beknelling van de zenuw die loopt in het midden van de arm naar de onderarm ter hoogte van de pols. Omdat het een nauw kanaal is en de zenuw zeg maar het zachtste deel is kunnen de ´hardere handwortelbeentjes en het stevige peesblad (tussen pink- en duimmuis)  die er ook door lopen de zenuw afknellen.

Carpaal tunnelsyndroom

Symptomen carpaal tunnelsyndroom

Klachten die ontstaan door de beknelling van de zenuw zijn divers: mensen geven aan een dovig, tintelend of pijnlijk gevoel in de hand en de vingers te voelen. En dan vooral van de duim, wijs- en middelvinger en een deel van de ringvinger. Ook kunnen de vingertoppen doof aanvoelen. En mensen hebben soms minder kracht in de handen, waardoor ze dingen zomaar laten vallen. De pijn kan verder ook nog uitstralen. Via de onderarm en de elleboog tot in de schouders. Vaak zijn de klachten in de nacht het ergst. Maar ook bij bepaalde werkzaamheden of activiteiten verhevigt de pijn. Stevig met je handen werken is daar een voorbeeld van, maar ook bij fietsen, het lezen van de krant en bij autorijden komt een verergering van de klachten voor.

Hoe krijg je het carpaal tunnelsyndroom?

De beknelling van de zenuw in de nauwe carpale tunnel wordt vaak veroorzaakt doordat de bekleding van de pezen is opgezwollen. Dit kan door hormonen komen. Zo hebben zwangere vrouwen of vrouwen in de overgang vaker last van het carpaal tunnelsyndroom. Maar ook een te langzaam werkende schildklier of een overproductie van groeihormoon kan het carpaal tunnelsyndroom veroorzaken.

Mensen met reuma hebben er ook sneller last van, omdat bij hen in dat gebied toch al irritatie van de gewrichten vaker voorkomt. Mensen die altijd met hun handen werken, zijn ook eerder bevattelijk voor het carpaal tunnelsyndroom. Bij mensen met suikerziekte en mensen die overgewicht hebben, komt het carpale tunnelsyndroom vaker voor dan bij mensen die dit niet hebben. Overigens kan een breuk ook de reden zijn dat de tunnel zich versmalt. Vrouwen hebben de grootste kans op het carpaal tunnel syndroom tussen vijfenveertig en vierenvijftig jaar omdat ze dan in de menopauze zitten en tijdens de zwangerschap. Bij mannen neemt de kans op de aandoening toe naarmate ze ouder worden.

Carpaal tunnelsyndroom

Carpale tunnelsyndroom of niet?

Het is nog niet heel eenvoudig om uit te vinden of iemand aan het carpale tunnelsyndroom lijdt, omdat er heel veel andere aandoeningen zijn die dezelfde klachten geven. Ook een nekhernia of artrose kan bijvoorbeeld dezelfde klachten van doofheid, pijn en minder kracht veroorzaken. Vaak worden er bovendien geen afwijkingen gevonden bij onderzoek. Met een spieronderzoek (EMG) kan gekeken worden waar minder zenuwdoorloop is. Soms wordt ook een echo gemaakt om te kijken of de zenuw ergens platter is dan op andere plaatsen. Dit is namelijk ook een kenmerk van het carpaal tunnelsyndroom.

Behandeling

  • Bij het carpaal tunnelsyndroom zijn diverse behandelmethoden mogelijk.
  • Afwachten is daar eentje van zeker als de klachten maar mild zijn of overgaan omdat ze bijvoorbeeld worden veroorzaakt door een hormonale gebeurtenis als zwangerschap.
  • De hand minder belasten is ook een optie.
  • Een andere mogelijkheid is het dragen van een spalkje van kunststof in de nacht of dag en nacht. Daarmee krijgt de pols rust en kunnen de klachten verminderen. Het effect is meestal niet blijvend. Is er na 6 weken dragen van zo’n spalk niets veranderd in de klachten, dan werkt de spalk niet.
  • Een mogelijkheid is ook om een injectie in de pols met bijnierschorshormonen (cortison) en een plaatselijk verdovend middel te geven. Als na 2 injecties met daartussen een paar weken geen verbetering is, heeft het weinig zin om door te gaan met het geven van de spuiten.
  • Ultrageluid. Het behandelen met ultrageluidgolven zou de bloedcirculatie en lokale stofwisseling stimuleren. Daardoor zouden ontstekingen eerder oplossen en pijn afnemen. Dit kan zorgen dat de beknelling verdwijnt.
  • Als al het voorgaande niet helpt, resteert alleen een operatie.

Operatie

De operatie die het carpaal tunnel syndroom moet oplossen, kan op 2 manieren: op de klassieke manier of door een kijkoperatie. Overigens is een operatie niet de garantie dat het syndroom en de klachten verdwijnen.

  1. Bij de klassieke manier die vaak onder plaatselijke verdoving in de handpalm of pols gebeurt, wordt de verbinding tussen de pink en duimmuis doorgesneden. Dit wordt ook wel het dak van de carpale tunnel genoemd. Daardoor wordt vooral de zachte zenuw uit zijn benarde en beknelde positie verlost. Dit is een kleine ingreep waarbij een snee wordt gemaakt in de pols aan de handpalmzijde. De dwarse polsband wordt doorgesneden. Hierdoor verwijdt de tunnel weer. De operatie duurt ongeveer twintig minuten. Vaak is door de plaatselijke verdoving alleen de arm gevoelloos. De operatie wordt meestal in dagbehandeling verricht.
  2. Kijkoperatie. Hierbij worden twee kleine sneetjes gemaakt waar doorheen geopereerd wordt met speciale instrumenten. Dit levert kleinere sneetjes en kleinere littekens op. Wel heeft de operatie ook nadelen: hij mislukt vaker en de aandoening komt vaker terug.

Herstel na operatie

Na de operatie ervaren mensen vaak wel wat napijn die kan worden bestreden met paracetamol. Het is goed om de vingers te blijven bewegen na de operatie, maar de handpalm te laten rusten. Ook zwaar werk met de handen mag zo´n 2 weken niet. Soms hebben mensen aan 2 handen het syndroom: chirurgen opereren dan maar 1 per keer, omdat mensen anders niet meer zelfredzaam zijn. De tintelingen verdwijnen na de operatie vaak snel, maar soms gaat dat ook geleidelijk.

Mensen die voor de operatie al minder gevoel in hun vingers hadden, kunnen dit soms na de operatie houden. Ook duurt het soms een tijdje voordat iemand weer kracht in zijn hand heeft. Soms ook heeft de operatie niet het gewenste resultaat en moet nog eens geopereerd worden. En soms helpt een operatie gewoonweg niet.