Gapen: Waarom ga je gapen als een ander ook gaapt?

Je herkent het vast. Iemand in je omgeving begint te gapen en voor je er erg in hebt begin jij ook. Tegenhouden lijkt onbegonnen werk. De kans bestaat zelfs dat je bij het lezen van dit verhaal al een keer gegaapt hebt. Hoe komt het dat het zo aanstekelijk is?

gapen

Gapen

Waarom we gapen weet je misschien al. Nee? Gapen is een reflex vanuit onze hersenen om onze hersenen af te koelen. Tegelijkertijd verhoogt het ook  het zuurstofgehalte in ons bloed en brengt een geeuw het koolstofdioxidegehalte omlaag. Maar waarom gapen dan zo aanstekelijk is, bleef een raadsel. Heel wat wetenschappers hebben zich er het hoofd al over gebroken en allerlei theorieën ontwikkelt.

Communiceren

Zo beweren verschillende onderzoekers dat gapen een onbewuste manier van communiceren is. We vertellen onze omgeving bijvoorbeeld dat we ons vervelen, moe zijn of zin in eten hebben. Dat jij gaapt bij het zien van een gapend persoon, is dan weer onbewust een manier om contact te zoeken en sympathie op te wekken van diegene die gaapt.

gapen

Imitatiegedrag

Andere wetenschappers zijn ervan overtuigd dat iemand “nageeuwen” aangeleerd gedrag is. Uit verschillende studies blijkt namelijk dat jonge kinderen niet de reflex hebben om te gapen wanneer ze anderen zien geeuwen. Vermoedelijk is het deel in de hersenen dat verantwoordelijk is voor het nabootsen van gedrag en sociale vaardigheden nog niet voldoende ontwikkeld.

Empathie

Een laatste veelvoorkomende verklaring is het sterke verband tussen meegapen en empathie. Eerder kon de Universiteit van Leeds al vaststellen dat mensen met een groot inlevingsvermogen sneller geneigd zijn om mee te geeuwen. Al gapen we niet met zomaar iedereen.

Uit een onderzoek van de Universiteit van Pisa blijkt namelijk dat we best wel selectief zijn als het neerkomt op meegeeuwen. Zo gapen we veel sneller mee met familieleden. Terwijl een geeuw van vrienden, kennissen of wildvreemden dan weer veel minder aanstekelijk is. Daarbij geldt ook dat hoe minder empathie we voor een persoon kunnen opbrengen, des te minder vatbaar we zijn voor nagapen.