Wat is bekkeninstabiliteit? En wat moet je doen?

Bij bekkeninstabiliteit zijn de verbindingen tussen de twee schaambeenderen steeds losser of zwakker en rekken die verbindingen steeds meer op. Dit komt omdat de banden verslappen en het kraakbeen verweekt.

bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit

Bij zwangere vrouwen komt dit het vaakst voor, omdat een hormoon er voor zorgt dat er zo veel mogelijk ruimte wordt gemaakt voor het kind. Maar soms en eigenlijk best wel vaak, gaat dat mis en ontstaat er te veel ruimte. Maar het kan ook pas ontstaan tijdens de bevalling. Wel de helft van de vrouwen lijdt in meer of mindere mate aan bekkeninstabliliteit. Maar niet alleen zwangeren kunnen de aandoening krijgen. Ook vrouwen die niet in verwachting zijn en mannen kunnen aan de pijnlijke aandoening lijden. Dat kan bijvoorbeeld komen door een ongeval of sporten.

Pijn en mobiliteit

Bekkeninstabiliteit veroorzaakt vaak vooral pijn en stijfheid. En soms is de aandoening zo ernstig dat iemand ook veel minder mobiel wordt. De pijn zit meestal bij het schaambeen en de onderrug, maar kan ook uitstralen naar benen, bil, stuitje of lies. De pijn ontstaat bij plotselinge bewegingen of als een beweging langere tijd gerepeteerd wordt als traplopen. Pijnklachten worden vaak heviger als iemand vermoeid is, maar die vermoeidheid wordt dan ook vaak weer veroorzaakt door de bekkeninstabiliteit.

Waaraan herken je bekkeninstabiliteit?

  • Pijn is het voornaamste symptoom van bekkeninstabiliteit. Die pijn kan op verschillende plekken zitten, maar vaak zijn er meerdere pijnpunten. Die kunnen er dan zo uit zien:
  • Pijn middenvoor in het bekken op of rond het schaambeen. De pijn kan hierbij uitstralen naar bijvoorbeeld de binnenkant van het bovenbeen, de lies of naar de vagina.
  • Pijn onderin de rug, links en/of rechts ter hoogte van de twee “kuiltjes” op de onderrug. De pijn kan hierbij uitstralen naar de bil, de lies of de achterkant van het bovenbeen. Soms gaat die pijn nog verder en wordt hij ook in het onderbeen gevoeld.
  • Pijn rond het stuitje. Deze pijn wordt vaak erger als iemand vermoeid is. Maar ook bij bepaalde bewegingen als bukken, draaien of hardlopen worden de klachten vaak veel erger.
  • Startpijn. Dit is een pijn die je voelt wanneer je met een beweging begint. Dit kan zijn gaan staan, nadat je een tijdje hebt gezeten bijvoorbeeld.
bekkeninstabiliteit

Vermoeidheid en langzaam herstel

Naast dat mensen met bekkeninstabiliteit pijn hebben, zijn ze ook sneller moe. Dat wordt erger als ze lang dezelfde beweging maken of lang in dezelfde houding liggen. Bij sommige mensen verminderen de klachten trouwens raar genoeg juist als ze lekker gaan fietsen of stevig doorwandelen. Dat kan dus per individu anders zijn.

Wie lijdt aan bekkeninstabiliteit herstelt vaak ook langzamer. De vermoeidheid van bijvoorbeeld een uurtje sporten trekt dan veel langzamer weg dan bij iemand die de aandoening niet heeft. Tegelijkertijd wordt de pijn vaak ook heviger bij grote vermoeidheid. Een vicieuze cirkel dus.

Het ontstaan van bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit kan verschillende oorzaken hebben.

  1. Tijdens of na de zwangerschap ontstaat vaak bekkeninstabiliteit
  2. Door een sportblessure kun je de aandoening oplopen
  3. Een ongeval kan leiden tot bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit tijdens of na de zwangerschap

Bekkeninstabiliteit tijdens de zwangerschap wordt veroorzaakt door een hormoon dat er voor zorgt dat het lichaam zich klaarmaakt voor de bevalling. Dit hormoon zorgt ervoor dat de verbindingen tussen de bekkenbeenderen als het ware elastischer wordt. Het bekken bestaat uit drie botstukken: de linker- en rechter bekkenhelft met daartussenin aan de achterzijde het heiligbeen. Deze botstukken worden op drie plaatsen met elkaar verbonden dus met 3 gewrichten. De verbinding aan de voorkant tussen de twee bekkenhelften is het schaambeen. Aan de achterkant komen de beide bekkenhelften samen aan de beide kanten van het heiligbeen, de sacro-iliacale gewrichten of wel SI-gewrichten. De verbindingen van het bekken worden bij elkaar gehouden door banden.

Tijdens de zwangerschap worden de banden in het hele lichaam weker, onder invloed van een hormoon. Alle gewrichten worden daardoor ´weker´. Zelfs knie of elleboog kunnen dan veel flexibeler worden. De verweking vindt ook plaats bij de bekkenverbindingen. Er ontstaat dus een grotere beweeglijkheid. Voor de bevalling is dit gunstig omdat de baby dan makkelijker ter wereld kan komen. Alleen bij sommige vrouwen is er veel te veel verweking, waardoor het bekken té soepel en té beweeglijk wordt. Het gevolg kan zijn dat de banden overbelast raken en soms beschadigen op momenten dat er veel kracht op het bekken staat en dat is het geval bij zwangerschap en bevalling. Rond de twintigste week van de zwangerschap kunnen de klachten ontstaan omdat op dat moment het zwangerschapshormoon invloed krijgt.

De instabiliteit kan ook pas na de zwangerschap ontstaan. Dan is het bekken tijdens de bevalling te ver opgerekt. Dit gebeurt overigens het vaakst als een kind in stuitligging ligt, maar ook bij een te snelle bevalling, de bevalling van een te groot kind of als een kind met de tang of vacuümextractie ter wereld komt. Dan worden het kraakbeen en de bekkenbanden zo ernstig uitgerekt, dat ze kunnen verreken of inscheuren. Een vrouw kan dan dus tijdens de zwangerschap geen problemen hebben gehad, maar na de bevalling wel last krijgt van de aandoening.

Bekkeninstabiliteit door een sport of ongeval

Ook door sporten of een ongeval kan bekkeninstabiliteit ontstaan. Grote kracht op het bekken of de banden kunnen er dan voor zorgen dat het SI-gewricht beschadigd raakt. Er ontstaan dan dezelfde klachten die vrouwen na of tijdens een zwangerschap ervaren. En vanzelfsprekend kunnen zowel mannen als vrouwen daar dan last van krijgen.

bekkeninstabiliteit

Bekkeninstabiliteit behandeling

De behandeling van bekkeninstabiliteit gebeurt eigenlijk altijd met een fysiotherapeut die gespecialiseerd is in bekkeninstabiliteit. Oefenen om het bekken weer sterker te maken maakt daar een groot deel van uit en als dit is gerealiseerd het versterken van de spieren en een goede lichaamshouding. Dit kan overigens niet tijdens de zwangerschap, maar pas daarna. Is de aandoening tijdens de zwangerschap al duidelijk dan wordt ook de hulp van de gynaecoloog ingeroepen. Om de pijn te verminderen is het advies vaak om voldoende rustpauzes te nemen, op verschillende manieren te bewegen en op te passen met plotselinge bewegingen. Ook zijn er hulpmiddelen als steunbanden, bekkengordels, wandelstokken, krukken die kunnen helpen. In extreme gevallen moet er zelfs een rolstoel aan te pas komen.

Bekkeninstabiliteit gaat meestal na een half jaar tot een jaar weer over, zeker bij een zwangerschap. Maar bij anderen gaat de aandoening eigenlijk nooit meer over. De oorzaak daarvan is nog niet echt duidelijk.