Ziekmakende ratten lusten alles. Hoe gevaarlijk zijn ze?

Er worden meer ratten gemeld in Amsterdam. Milieukundige Jan Buijs is bij de GGD verantwoordelijk voor onderzoek naar ongedierte in de stad. ‘De mens voedt de rat en vreest de rat.’

rat2

Welke rattensoort leeft hier?

“De bruine, een rat die van origine bij slootkanten leeft, een graver van ongeveer vijfhonderd gram. Het lijf is 20 tot 25 centimeter lang, en met staart meten volwassen ratten zo’n 35 centimeter van kop tot staart. Ze hebben in Amsterdam weinig natuurlijke vijanden zoals kerkuilen, bunzingen of hermelijnen, al werken katten en honden wel preventief tegen de komst van ratten in huis.”

Op welke plekken zitten ze vooral?

“In huis meestal in kruipruimtes of keukens. Als het riool oud is, kunnen ze ook doordringen tot de toiletpot, maar dat gebeurt zeer zelden. Buitenshuis vinden we ratten vooral in de buurt van water en beschutte plekken. Daar bouwen ze burchten en vandaar gaan ze op zoek naar voedsel; dode vissen, zoetwatermosselen, granen, vlees en groente. Dat vinden ze volop in de stad, omdat mensen veel etenswaren laten slingeren. Vuilniszakken op straat kunnen voor problemen zorgen als ze te lang blijven staan. Wat dat betreft hebben afgesloten ondergrondse afvalcontainers de voorkeur.”

“We vinden meer ratten, omdat de rattenpopulatie is gegroeid, mede door de milde winters. Als het hard vriest, staat de ontwikkeling stil.”

Is de angst voor ratten terecht?

“Mensen schrikken en walgen van ratten. Er rust een stigma op de dieren. Lang geleden verspreidden ze de dodelijke pest en ze aten de graanoogst op. Ook denken mensen dat ratten aanvalsdieren zijn, maar dat doen ze in hoogst uitzonderlijke gevallen. Als je een rat in huis hebt, kun je hem best met een bezem verjagen.”

“Via de urine van ratten kunnen mensen de ziekte van Weil oplopen, die kan leiden tot een dodelijke nier- of leverontsteking. Verder zorgen ratten voor knaagschade; ze bijten van alles en nog wat door, soms met kortsluiting tot gevolg.”

Wat doet de GGD als mensen een rat in huis hebben gezien?

“Dan komen we met rattengif. Dat is alleen voor professionals verkrijgbaar. Het helpt meestal al binnen een week, maar het is in feite symptoombestrijding. Als ergens ratten in huis zijn, is dat een indicatie dat het in die buurt niet schoon genoeg is of dat er achterstallig onderhoud van de woning of het riool is. De GGD komt dan met een bredere aanpak.”

Hoe ziet zo’n bredere aanpak eruit?

“Gebruik van rattengif buiten huizen is in principe verboden, om vergiftiging naar andere diersoorten te voorkomen. We focussen dus op andere zaken. De plantsoenendienst pakt het zwerfvuil en de begroeiing aan, om de beschutting voor ratten te bestrijden. In dichte begroeiing blijft vaak ook eetbaar afval hangen. We manen huiseigenaren tot het inhalen van achterstallig onderhoud en soms moet het riool worden vernieuwd.” “Verder geven we voorlichting aan buurtbewoners. Want ratten duiken niet zomaar in groten getale op. Ze vinden te veel eten, doordat mensen hun macaroni over het balkon gooien of de vuilniszakken naast de volle afvalcontainer zetten. De mens voedt de rat en vreest de rat.”

Na hoeveel tijd heeft die ruime bestrijding effect?

“Na een paar weken. Die brede bestrijding is belangrijk omdat anders de ratten snel terug zijn. Ze zijn heel vruchtbaar. Twee maanden na de geboorte planten ze zich in grote aantallen voort. We kunnen niet zonder medewerking van buurtbewoners. De GGD is niet de rattenvanger van Hamelen, die met een fluit alle ratten de stad uit lokt. De buurt zelf heeft een grote rol bij rattenbestrijding.”